Kuching in Maleisisch Borneo – “The City of the Cats”

Kuching in Maleisisch Borneo – “The City of the Cats”

Kuching is een stad op Maleisisch Borneo. We hadden voor ons verblijf nog niks geboekt. Tijdens onze tussenstop in KL hadden we genoeg tijd gehad om ons te oriënteren op een aantal verblijfplaatsen in Kuching. Aankomst Kuching 19:30. Tas ophalen, ticket kopen bij de Teksi counter om te worden gedropt bij QuiikCat. We hadden over QuiikCat goede recensies gelezen en het was goedkoop. Het is namelijk geen vakantie. In de taxi richting QuiikCat werden we door de taxichauffeur bijgepraat over de do’s en dont’s van Kuching en omgeving. Het bleek dat hij een tijd lang heeft werkt als gids. Hij kon ons ook wel een toertje aanbieden voor 300RM ex entree (ongeveer €60). Annika en ik hadden beiden al wat voorwerk gedaan waar we wel en vooral ook niet naartoe wilden. Zo zat in de toer van de beste man, de longhouses (hoe ze vroeger woonden) en een peperplantage (Delimah Guesthouse had dit op de veranda staan voor de Spicy Rice). Nadat we keurig zijn kaartje hadden gevraagd en hem hadden bedankt voor de rit, stapten we QuiikCat binnen. We hadden geen idee, dat is natuurlijk bij alles zo wat je online boekt of koopt, hoe het eruitzag. Akiew stond ons te woord en had nog een kamer vrij, de family room voor 60RM per nacht, van 120RM. Zonder de kamer te hebben gezien, besloten we maar een nachtje te blijven om te kijken hoe het ons beviel. Spulletjes mee naar boven en al snel was de kamer een gezellige puinhoop. Snel nog even langs de Pizzahut voor wat eten. Op een lege maag kun je natuurlijk geen welcoming drink doen. Daarvoor had Akkiew ons immers uitgenodigd. Vooruit! Een of andere vage mix met whisky en een zoete wortel of wat het ook mag zijn. Tijdens de borrel werden snode plannetjes gesmeed voor de dag(en) erna.

Dag 2
Blijkbaar hadden we onze slaap hard nodig want we werden wakker om 10:30. Yawn! Nadat we ons hadden verfrist met een zeer lekkere warme regendouche en onze buikjes hadden gevuld met toast en jam, hebben we onze dag gevuld met de volgende activiteiten: museum, een soort van aquarium (veel te klein en zielig), via de moskee, over de local markt en een bezoekje aan de Sarawak regatta die in vol ornaat gaande was. De regatta werd gehouden op de Sarawak rivier welke vanuit de Zuid-Chinese zee naar Kuching meandert. Op de bijbehorende markt hadden we twee heerlijke wafels met chocopasta gescoord waardoor we weer wat energie kregen. Het was immers nog maar 16:00. Toen we de avond ervoor nog snel wat eten gingen halen viel ons op dat er in Chinatown (in elke stad zit er wel 1 volgens mij) behoorlijk wat gezelligheid was. We hadden ons voorgenomen om daar ’s avonds een kijkje te nemen.

Heel Chinatown was versierd, muziek kwam overal vandaan en aan eettentjes geen gebrek. Het bleek het Mooncake festival te zijn. Wel moet gezegd worden dat deze eettentjes de meest aparte gerechten verkochten, varkensneus, kippenpoten, varkensoren, (verse) zwarte eieren, ingewanden en ga zo nog maar even door. Hmm, misschien toch maar ergens anders eten. Uiteindelijk is het, hoe slecht ook, de Mc Donalds geworden. Wel was het ontzettend gezellig met allerlei verschillende lokale tradities en optredens in allerlei leeftijdscategorieën.

Jungle avontuur nummer 2 – Bako National Park

De volgende dag hadden we ingeruimd voor het geroemde Bako National park. Bako ligt op ongeveer 20km afstand van Kuching en is een van de vele nationale parken van Maleisië. In tegenstelling tot wat Annika en ik dachten, bestaat Borneo niet uit alleen maar groen. Het zijn eigenlijk allemaal verschillende (kleine) nationale parken die beschermd worden en waar de dieren leven. De afgelopen jaren is het groen/jungle erg afgenomen i.v.m. de economische groei. Om bij Bako te komen namen we om 07:00 uur de bus richting Bako national park voor 3,5RM p.p. (€1,10 totaal). Na 40 min kwamen we aan bij Bako HQ. De ingang van het park lag op ongeveer 30 min varen (20RM) varen over een ondiepe rivier waar ook grote krokodillen in leven. Zoals een echte Robinson kwamen we aan land i.v.m. laagwater. Ik zie al horrorbeelden van mensen dat we kruipend aankwamen etc. Nee we moesten alleen onze schoentjes uit en een paar metertjes door het water lopen. Maar dat klinkt niet zo stoer. Bij de ingang vertelde een van de gidsen Annika dat de neusaap (proboscis monkey) die alleen voorkomt op Borneo) bij de mangroven waren gespot. Vol van vreugd liepen we daar naartoe. Helaas, geen neusaap. Wel zagen we de long-tailed makake en wilde zwijnen die op het wad opzoek waren naar voedsel.

Bij de eerste trail (Paku trail, 800m) die we die dag liepen hoorden we hoog in de bomen geritsel maar doordat het redelijk dicht begroeid was, tis toch jungle, konden we niet echt een goede plek vinden om te kijken wat boven in de boom zat. Op de terugweg van deze trail bleek dat dit park echt een stuk kleiner en toeristischer is dan de Taman Negara, 27 km2 vs 4,343 km2. Een aantal andere bezoekers wezen ons erop dat er in de boom naast de track, waar wij vandaan kwamen, een aantal proboscis monkeys zaten. Vet! Alhoewel we ze niet heel duidelijk konden zien hebben we toch gekregen waarvoor we kwamen. #Blij!. De 2 andere trails (Teluk Pandan Kecil 2,6km en Teluk Pandan Besar 1,9km) waren naar onze smaak een beetje lafjes. Toen we tegen 14:00 op de boot stonden te wachten om terug te gaan, vertelde een gids ons dat de proboscis monkeys verderop zaten. Alleen wij mochten daarheen. Zo stil als we konden liepen we bij de andere mensen vandaan richting de mangroven. Ja hoor daar zaten ze! (waarschijnlijk nog steeds). Annika begon te stralen. Haar dag kon niet meer stuk! Nadat we deze bijzondere dieren veelvuldig vereeuwigd hadden (veeeeel foto’s gemaakt) namen we de eerst volgende boot richting Bako om van daaruit weer met de bus terug naar Kuching te gaan. We moesten die avond nog even naar de winkel om een nieuwe korte broek te shoppen. Ik (Geert-Jan) was tijdens de jungle walk van de Taman Negara uit men korte broek  geschuurd. Zweet en boomstammen van 1,5m waar je overheen moet, is toch lastig. Een extra korte broek. De ander hebben we omwille budgettaire redenen natuurlijk gewoon genaaid met onze sewingkit vanuit het Renaissance Hotel in Londen. Thanks Mate.

Aapjes kijken in het Semenggoh Nature Reserve

Borneo huisvest veel aapsoorten waar we al een aantal van hadden gespot. Helaas worden veel van deze dieren bedreigd doordat hun leefgebied steeds verder afneemt. Een van de parken waar de Orang Oetan nog wel voorkomt is het Semenggoh Nature Reserve. Vooropgesteld dit is geen dierentuin. Semenggoh Nature Reserve is een hele tijd geleden begonnen met het opvangen en het rehabiliteren van Orang Oetans die wees waren, als huisdier of als attractie werden gehouden. Ze hadden hier een zeer uitgebreid programma voor die 2-4 jaar duurde om te rehabiliteren. Dit gebeurd nu niet meer in dit park maar in het Matang Wildlife Centre. Dit ligt in Kubah National Park. We namen de bus van 07:20 richting Semenggoh om de feeding time van 09:00 uur te zien. Jep, weer vroeg eruit! Keurig op tijd kwamen we aan met lijn 6. Na een uitgebreide briefing van 1 van rehabilitators dat we stil moesten zijn en dat het kon voorkomen dat geen enkele kwam opdagen en dat we gelukkig moesten zijn als we toch 1 zagen. Deze Orang Oetans zijn gewend aan mensen en hebben ook met sommige een hechte band. Een andere rehabilitator stond bij een voederplek de naam van een van de apen te roepen. Eerst zagen we wat boomtoppen bewegen. Je merkte dat iedereen enthousiast werd. Gaat het gebeuren? Zijn het Orang Oetans? Met hoeveel zijn ze? Dat soort dingen. Na enige tijd kwam een orang oetan met zijn kroost via het touw naar beneden richting het voederplatform. Super leuk om een oerang oetan te zien in zijn natuurlijke leefomgeving. Wat ons wel opviel was dat deze om iets over 9.00 aan kwam slingeren om vervolgens weer rond 9.50 haar pad te vervolgen en ons weer te verlaten op de feeding plek. Hmm, misschien toch iets meer geregisseerd dan dat ze willen laten doen voorkomen? Hoe dan ook met een beetje gemengde gevoelens liepen we het terrein weer af. Lekker met de bus terug richting Kuching om daar te lunchen in het winkelcentrum in een foodcourt waar je van alles kon krijgen. Van Chinees tot Mexicaans. Wij zijn natuurlijk (alweeeer) voor de chicken fried noodles gegaan. Lekker hoor! Daarna even terug naar ons questhouse om even bij te komen. Daar eenmaal aangekomen vroeg Akiew, de eigenaar, wat we die avond gingen doen met het avondeten. Eeehm geen idee? En voordat we konden reageren hadden we al een aanbod te pakken om met Akiew ergens in Kuching Local Food te gaan eten. Dat slaan we natuurlijk niet af! Hij kon vanaf een uurtje of 18.30. Konden wij nog mooi even snel de stad in om een broek voor Geert-Jan te scoren. De dag ervoor was het helaas niet gelukt. ’S avonds met Akiew en een vriend van hem, richting de Local food court. Een beetje zoals waar we die middag waren geweest alleen dan alleen lokale gerechten en super groot. Allereerst stond Akiew erop we een stukje Durian (Kingfruit) proefden. Een hele bijzondere vrucht met een bijzondere smaak die niet echt te omschrijven is. De geur van de Durain is zeer “apart”. Ik vond het stinken en Annika vond het wat zoetig. Na een rondje over de local food-market hebben we een plekje gekozen met wat naar onze smaak toch redelijk veilig was. Akkiew raadde ons aan om een Buk Tea, of wat het ook mag zijn, te nemen welke bestond uit de binnenkant van een koe. Smullen! Nee hoor, wij namen dit keer echt wat spannends. Platte fried noodles met kip en knoflook. Veeeeel knoflook.

De laatste dag regende het de hele ochtend. Beetje zoals in Nederland alleen dan met een graadje of 27. Dit kwam ons goed uit aangezien we een aantal dingetjes moesten regelen voor het vervolg van onze reis. We wisten namelijk niet wat we hierna gingen doen. Het oorspronkelijke plan was om vanuit Kuching door te reizen naar het noorden van Borneo richting Kota Kinabalu, Sepilok en Sepidan. Na ons wat verdiept te hebben in noord Borneo hebben we die ochtend besloten om de plannen om te gooien en noord Borneo te skippen. Naar wat we hadden gelezen en hadden gehoord was Kota Kinabalu alleen leuk voor het shoppen, Sepilok voor het Orang Oetan rehabilitation centre en Sepidan voor het duiken. Shoppen hebben we geen geld voor, nog een Orang Oetan rehabilitation centre leek ons niet van toegevoegde waarde en Sepidan was erg omslachtig om alleen daarvoor naar noord Borneo te reizen en te hopen op een vergunning om daar te duiken. Dussssss Singapore, here we come!

2 Comments

  1. Yolanda schreef:

    Leuk verhaal weer 😉

    Gaaf die apen!!! Jullie beleven wel wat hoor maar goed om te lezen dat jullie je het prima naar jullie zin hebben 🙂 Geniet er nog maar lekker van.

  2. Janneke schreef:

    Leuk! Ook bijzonder om te lezen hoe bako np dan de laatste jaren is veranderd. Toen wij er waren, in 2009, was het er erg rustig en hebben toen ontzettend veel neusapen gezien. Ook een nachtje geslapen in zo’n blokhut. Taman Negara daarintegen vonden wij juist veel te toeristisch. Grappig dat jullie het net andersom hebben ervaren! Veel plezier verder!

Reacties zijn gesloten.